Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het lage-inkomensvoordeel, afgekort LIV, is onderdeel van de Wet tegemoetkoming loondomein.
Het loonkostenvoordeel en het jeugd lage-inkomensvoordeel zijn ook onderdeel van deze Wet. De regeling bestaat sinds 1 januari 2017 en zal tot en met 31 december 2024 actief zijn.

Tijdelijke verhoging lage-inkomensvoordeel

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt tijdelijk verhoogd in verband met de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon.

Wat is het LIV?

Het lage-inkomensvoordeel is een regeling voor werkgevers welke het aantrekkelijker maakt om medewerkers in dienst te nemen en te houden met een laag loon (100% tot 125% van het wettelijk minimumloon). De loonkosten dalen door deze regeling waardoor de kans op langdurig werk toe neemt.

Het recht op lage-inkomensvoordeel wordt vastgesteld per medewerker en per kalenderjaar. Een werkgever heeft recht op dit voordeel als werknemers minimaal 1.248 uren verloond zijn en zij voldoen aan de gestelde uurlooncriteria. Het voordeel bedraagt in 2022 per verloond uur per medewerker € 0,49 met een maximum van € 960 voor het gehele kalenderjaar.

Het lage-inkomensvoordeel wordt over 2022 (met terugwerkende kracht) en 2023 verhoogd

De vergoeding per verloond uur wordt eenmalig met terugwerkende kracht over 2022 (uitbetaald in 2023) verhoogd van € 0,49 naar € 0,78 per verloond uur per medewerker. De maximale vergoeding wordt eenmalig met terugwerkende kracht over 2022 verhoogd van € 960 naar € 1.520 per medewerker per kalenderjaar. 

Over 2023 (uitbetaald over 2024) wordt het LIV verhoogd van € 0,49 naar € 0,63 per verloond uur per medewerker. De maximale vergoeding wordt over 2023 verhoogd naar € 1.242 per medewerker per kalenderjaar. 

Hoe werkt het lage-inkomensvoordeel?

Per 1 januari van ieder kalenderjaar worden de bedragen van het wettelijk minimumloon vastgesteld. Aan de hand hiervan worden de criteria vastgesteld voor het lage-inkomensvoordeel in het huidige kalenderjaar. Om recht te ontvangen op deze tegemoetkoming dient het gemiddelde uurloon van een medewerker gelijk aan of meer dan € 10,73 te zijn maar niet meer dan € 13,43. Het gemiddelde uurloon is het jaarloon gedeeld door het aantal verloonde uren (de aangifte loonheffingen). 

En de 1.248 uren vereiste? Dit geldt als drempelwaarde. Als een medewerker 1.247 uren verloond is en het gemiddelde uurloon binnen de normen valt, is er geen recht op voordeel. Wanneer deze medewerker één uur extra werkt, is er wel recht op voordeel over alle verloonde uren. 

Overige voorwaarden van het LIV

Naast dat de werknemer minimaal 1.248 uren verloond dient te zijn en een gemiddeld uurloon heeft conform de actuele normen, zijn er nog andere voorwaarden van toepassing. Het is belangrijk dat de werknemer loon ontvangt uit tegenwoordige dienstbetrekking, verzekerd is voor één of meer werknemersverzekeringen én de AOW gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.  

Administratie van het LIV en ontvangst tegemoetkoming

Het is niet nodig om het lage-inkomensvoordeel aan te vragen. Het UWV en de Belastingdienst berekenen op basis van de polisadministratie (gevuld met de aangifte loonheffingen) het recht op de tegemoetkoming. Dit recht wordt met werkgevers gedeeld middels het verstrekken van de voorlopige en defintieve beschikking van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Het is belangrijk om goed te controleren of je ontvangt waar je recht op hebt. Heb je vragen over deze regeling of de voorlopige en/of defintieve beschikking? Neem dan contact met ons op. 

x Logo: ShieldPRO
This Site Is Protected By
ShieldPRO