Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWB)

Als een verzekerde in de Ziektewet 52 weken arbeidsongeschikt is, dan krijgt de verzekerde de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling. Met de EZWB wordt de resterende verdiencapaciteit en dus ook het arbeidsongeschiktheidspercentage van de verzekerde vastgesteld. 

Medisch oordeel

Allereerst beoordeelt een verzekeringsarts van UWV de gezondheid van de werknemer. De verzekeringsarts bespreekt met de verzekerde de klachten en stelt vast wat de verzekerde wel en niet kan doen aan de hand van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook beoordeelt de arts of de klachten tijdelijk of blijvend zijn. Als de verzekeringsarts oordeelt dat de verzekerde nog kan werken, dan volgt een gesprek met een arbeidsdeskundige van UWV.

Arbeidsdeskundig oordeel

De arbeidsdeskundige beoordeelt na het gesprek met de verzekeringsarts de resterende verdiencapaciteit van de verzekerde. Dit doet de arbeidsdeskundige door te kijken naar welke functies de verzekerde nog zou kunnen uitoefenen en te kijken naar het maatmaninkomen. Het maatmaninkomen is een schatting van de verdiensten van een gezonde persoon met vergelijkbare opleiding en ervaring. 

Aan de hand van de ingevulde FML en het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) gaat de arbeidsdeskundige op zoek naar een drietal functies die de verzekerde nog kan uitoefenen. Het CBBS vergelijkt de belastbaarheidsaspecten die op de FML voorkomen met de belastbaarheidsaspecten van de in het systeem opgenomen functies. Het systeem bepaalt dan drie voor de verzekerde geschikte functies. Voor die drie functies worden de bijbehorende verdiensten bepaald. De middelste van die drie functies (qua verdiensten) wordt vergeleken met het maatmaninkomen. Aan de hand van die vergelijking bepaalt de arbeidsdeskundige het inkomensverlies en de resterende verdiencapaciteit. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige stellen hierna een rapport met het oordeel op.

Na de beoordeling

Als het oordeel is dat de verzekerde meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen (en dus minder dan 35% arbeidsongeschikt is), dan stopt de Ziektewetuitkering na een maand. 

Als het oordeel is dat de verzekerde 65% van of minder van het maatmaninkomen kan verdienen (en dus meer dan 35% arbeidsongeschikt is), dan behoudt de verzekerde de Ziektewetuitkering nog maximaal een jaar. 

Als er uit de beoordeling is gebleken dat de verzekerde niet meer kan werken en in de toekomst ook niet kan werken, dan kan de verzekerde een vervroegde WIA-uitkering aanvragen.

Uitzonderingen

In de volgende gevallen vindt er geen EZWB plaats:

  • Als de verzekerde vrijwillig verzekerd is op het moment van ziekmelding;
  • Als de verzekerde nog een werkgever heeft (dan is er sprake van loondoorbetalingsverplichting en niet van de Ziektewet);
  • Als de verzekerde een WAO-uitkering ontvangt of recht heeft op een WAO-uitkering;
  • Als de verzekerde onder de Wet REA viel en nu een Ziektewetuitkering ontvangt uit een dienstverband met een no-riskpolis.
x Logo: ShieldPRO
This Site Is Protected By
ShieldPRO