Crisis in het arbeidsongeschiktheidsstelsel: ingrijpende aanpassingen onvermijdelijk

19 december 2025 Leestijd 6 minuten

Het Nederlandse arbeidsongeschiktheidsstelsel staat onder druk. Volgens het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) over de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is het huidige systeem vastgelopen en zijn aanpassingen in zowel uitvoering als wet- en regelgeving noodzakelijk.

De combinatie van sterk stijgende instroom, oplopende achterstanden en structurele tekortkomingen dreigt het stelsel onhoudbaar te maken.

Het rapport “Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt” schetst een zorgwekkend beeld van een systeem dat zijn grenzen heeft bereikt. Voor werkgevers betekenen deze ontwikkelingen niet alleen langere onzekerheid voor hun werknemers, maar ook potentieel hogere maatschappelijke kosten die uiteindelijk doorwerken in de premies en uitvoeringslasten.

In het kort:

  • Het arbeidsongeschiktheidsstelsel is volgens een onafhankelijk onderzoek vastgelopen en heeft hervorming nodig
  • De WIA-instroom is in tien jaar tijd bijna verdubbeld van 35.000 naar meer dan 60.000 mensen per jaar
  • Zonder maatregelen kunnen de achterstanden oplopen tot 200.000 wachtenden in 2030 met gemiddelde wachttijden van drie jaar
  • Het IBO adviseert onder meer afschaffing van de IVA-uitkering en striktere voorwaarden voor herbeoordelingen
  • De kans dat een werkende in de WIA terechtkomt is nu twee keer zo hoog als bij de invoering in 2006

Waarom is het stelsel vastgelopen?

Volgens het IBO-rapport zijn er meerdere factoren die hebben geleid tot de huidige crisis in het arbeidsongeschiktheidsstelsel. De stijgende instroom vormt de grootste uitdaging: jaarlijks stromen meer dan 60.000 mensen de WIA in, terwijl dat er rond de invoering van de WIA ongeveer 35.000 waren.

Dit betekent dat de kans dat een werkende in de WIA terechtkomt nu twee keer zo hoog is als vlak na de invoering in 2006.

Het ziekteverzuim ligt ruim boven de 5 procent. Het aantal mensen dat een uitkering krijgt voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid (IVA) is gestegen van 20% naar 40% van alle nieuwe WIA-gevallen.

In totaal ontvangen nu 600.000 mensen een WIA-uitkering, dat is één op de dertien verzekerde werknemers.

Deze stijging valt deels te verklaren door demografische ontwikkelingen. Het langer doorwerken van oudere werknemers, door verhoogde pensioenleeftijd en minder mogelijkheden voor vroegpensioen, draagt bij aan de instroom.

Daarnaast is de gemiddelde leeftijd van de beroepsbevolking gestegen en worden aanvragen van mensen boven de 60 jaar beperkt getoetst.

Een opvallende ontwikkeling is dat meer dan 40% van de WIA-instroom gerelateerd is aan psychische aandoeningen, waarbij het vaker jongeren en vrouwen betreft. Het IBO beschouwt dit als onderdeel van een bredere maatschappelijke ontwikkeling die zich ook in andere landen voordoet.

Wat zijn de gevolgen van de oplopende wachtlijsten?

De situatie bij het UWV verslechtert snel door de combinatie van toenemende instroom, ingewikkelde beoordelingen en het tekort aan verzekeringsartsen. Zonder aanvullende maatregelen kunnen de achterstanden bij UWV oplopen tot bijna 200.000 wachtenden in 2030.

De gemiddelde wachttijd zou dan toenemen naar ongeveer drie jaar, een situatie die het IBO als maatschappelijk onaanvaardbaar bestempelt.

Het probleem wordt verergerd door het structurele tekort aan verzekeringsartsen. De verwachting is dat het aantal verzekeringsartsen de komende jaren niet zal stijgen, maar eerder zal dalen. Dit betekent dat de wachtlijsten en wachttijden blijven groeien, met alle gevolgen van dien voor werknemers die in onzekerheid verkeren over hun arbeidsongeschiktheidsstatus.

Voor werkgevers betekenen deze lange wachttijden dat zij langer onzekerheid hebben over de definitieve status van langdurig zieke werknemers. Dit bemoeilijkt personeelsplanning en kan leiden tot hogere kosten door verlengde loondoorbetalingsverplichtingen en onduidelijkheid over re-integratieverantwoordelijkheden.

Welke oplossingen stelt het IBO voor?

Het IBO adviseert een minimaal basispakket aan maatregelen om de druk op de uitvoering te verminderen en de kwaliteit te verbeteren. Ten eerste moeten verzekeringsartsen gerichter worden ingezet, waarbij een deel van hun werkzaamheden wordt overgenomen door andere professionals. Dit moet de schaarse capaciteit beter benutten.

Ten tweede wil het IBO onnodige herbeoordelingen voorkomen door werkgevers of partijen die namens hen optreden te vragen een verzoek inhoudelijk te onderbouwen of hen te laten betalen voor een herbeoordeling door UWV. Deze maatregel moet het aantal ongefundeerde aanvragen terugdringen.

De meest ingrijpende aanbeveling is de afschaffing van de aparte uitkering voor mensen die blijvend volledig arbeidsongeschikt zijn (de IVA). Deze mensen zouden dan een WGA-uitkering krijgen, net zoals andere mensen die volledig arbeidsongeschikt zijn. Het probleem met IVA-uitkeringen is dat verzekeringsartsen moeten beoordelen en onderbouwen of iemand blijvend niet meer kan werken, een bijzonder complexe en tijdrovende procedure.

Tot slot moet er worden ingezet op preventie en activering, bijvoorbeeld door sterker toezicht, het vergroten van ondersteuning bij re-integratie vanuit de WIA, en betere steun aan werkgevers bij het weer in dienst nemen van gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Wat raadt het IBO af?

Het IBO acht het niet verstandig om de verplichting van loondoorbetaling bij ziekte voor werkgevers terug te brengen van twee naar één jaar. Het CPB wordt geciteerd met de stelling dat dit “één van de krachtigste en meest succesvolste beleidsmaatregelen is om ziekteverzuim en daaropvolgende arbeidsongeschiktheid te verminderen.”

Deze maatregel zou bovendien leiden tot fors hogere wachtlijsten, meer instroom bij de WIA en hogere kosten. Daarnaast re-integreren veel mensen in het tweede jaar bij hun werkgever, terwijl het veel moeilijker is om vanuit een uitkering weer aan het werk te gaan.

Het rapport brengt ook 15 aanvullende beleidsopties in kaart waar de politiek voor kan kiezen, waaronder fundamentele wijzigingen zoals het centraal stellen van werkhervatting of het stoppen met de koppeling van de uitkering aan het vroegere inkomen. Dergelijke maatregelen zouden echter een fundamentele wijziging betekenen van de sociale zekerheid zoals we die kennen.

Wat betekent dit voor jou als werkgever?

Deze ontwikkelingen hebben directe gevolgen voor werkgevers. De langere wachttijden bij het UWV betekenen meer onzekerheid over de status van langdurig zieke werknemers. Dit kan leiden tot verlengde loondoorbetalingsverplichtingen en onduidelijkheid over wanneer re-integratieverantwoordelijkheden overgaan naar het UWV.

De voorgestelde maatregelen, zoals het laten betalen voor herbeoordelingen, kunnen de kosten voor werkgevers verhogen die bezwaar willen maken tegen UWV-beslissingen.

Tegelijkertijd biedt de focus op preventie en betere ondersteuning bij re-integratie kansen voor werkgevers die investeren in duurzame inzetbaarheid van hun personeel.

De handhaving van de twee jaar loondoorbetalingsverplichting betekent dat werkgevers hun verantwoordelijkheid voor re-integratie behouden. Dit onderstreept het belang van effectief verzuimbeleid en tijdige interventies bij langdurig ziekteverzuim.

Het rapport benadrukt ook het belang van betere steun aan werkgevers bij het weer in dienst nemen van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Dit kan leiden tot nieuwe ondersteuningsregelingen en financiële prikkels voor inclusieve werkgelegenheid.

De crisis in het arbeidsongeschiktheidsstelsel vraagt om structurele hervormingen die de komende jaren vorm zullen krijgen. Voor werkgevers is het essentieel om op de hoogte te blijven van deze ontwikkelingen en hun impact op personeelsbeleid en kostenbeheersing.

Bij SubAdvies volgen wij deze ontwikkelingen nauwlettend en ondersteunen wij werkgevers bij het navigeren door de complexe regelgeving rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Daarbij helpen wij niet alleen met advies, maar ook actief bij het opstellen en begeleiden van bezwaar- en beroepsprocedures.

Meer weten over wat deze ontwikkelingen betekenen voor jouw organisatie? Of heb je ondersteuning nodig bij bezwaar of beroep? Neem gerust contact met ons op.

Bron: Rijksoverheid – Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) over de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)